dinsdag 4 november 2014

Lactosevrije crème brûlée

Sinds ik vijf weken geleden begon met het FODMaP-dieet heb ik geen toetje meer gegeten. Te ingewikkeld, vooral als je zoals ik niet van soja-toetjes houdt. Ik mis het ook niet echt. Behalve dan wanneer er eters zijn, dan wil ik naast een lekker hoofdgerecht ook graag een speciaal nagerecht serveren. Vandaag is dat lactosevrije crème brûlée geworden. Aangezien ik al vier jaar lactosevrij kook en dus al heel wat geëxperimenteerd heb, had ik dit ook al eerder gemaakt. Ik wist dus dat het goed en lekker was. Niet bepaald gemankeerd eten!

Crème brûlée is niet altijd gemakkelijk om te maken en zelfs als je weet hoe het moet, mislukt het wel eens. Wat in elk geval belangrijk is om op te letten, is dat de temperatuur niet te hoog wordt, want dat krijg je roerei (dat gebeurt wanneer je de custard aan het maken bent) of de boel schift (dat is als de crème in de oven staat).
Wat heel erg helpt bij het voorkomen van roerei is een kookthermometer. Hiermee kun je ervoor zorgen dat het custardmengsel niet heter dan 80 graden wordt (het moment dat je custard in roerei verandert). Op het moment dat de crème in de oven staat, is het zaak erop te letten dat hij niet te heet wordt. Afdekken met folie moet je dus niet doen (zoals ik een keer gedaan heb).
Behalve een kookthermometer heb je ook een gasbrandertje voor in de keuken nodig. Bij de doorsnee huishoudwinkels kosten die ongeveer 10 euro.



Crème brûlée 

6 personen

Ingrediënten
5 eieren
2 dl lactosevrije halfvolle melk (bij voorkeur van Arla)
2 dl lactosevrije slagroom (MinusL)
80 g rietsuiker
50 g fijne kristalsuiker
1 vanillestokje
kookthermometer
gasbrandertje

Bereiding
1. Breng de melk en de slagroom in een pannetje aan de kook, zet het vuur uit en voeg het vanillestokje toe (snijd het eerst over de lengte in). Laat de smaak van het vanillestokje minstens een kwartier intrekken, langer kan ook.
2. Verwarm de oven voor op 125 graden. Haal het rooster uit de oven en zet er 6 lage schaaltjes op.
Splits de eieren. Zet de eiwitten weg (deze gebruik je niet). Doe de dooiers en de rietsuiker in een ruime kom en klop de dooiers schuimig. Verwarm de melk als hij flink afgekoeld was en giet ongeveer een kwart van de hete melk door een zeefje bij de dooiers. Roer goed door en giet de rest erbij. (Pas op dat het vanillestokje niet uit de pan in de dooiers valt! Als je echt goed gebruik wilt maken van de vanillesmaak, schraap je de pitjes uit de peul en doe je ze bij wat nu de custard is geworden.)
3. Zet een schone pan op laag tot middelhoog vuur en giet de custard in de pan. Verwarm de custard onder voortdurend roeren met een pannenlikker; je voorkomt zo dat de custard plaatselijk te heet wordt en verandert in roerei. Tegelijkertijd houdt je met je andere hand de thermometer in de pan om de temperatuur te controleren. Bij 70 graden word je extra allert en bij 79 graden haal je de pan van het vuur en giet je de custard over in een schone kan, of zoiets.
4. Giet de custard, die nu zo "dik" is geworden als dunne vla, in de 6 schaaltjes en schuif het rooster in de oven, net onder het midden. Laat de crème in 35 minuten garen.
5. Laat de crèmes buiten de oven afkoelen en laat ze daarna in de koelkast verder opstijven.
6. Op het moment suprême haal je de schaaltje uit de oven om de opgesteven custard te veranderen in crème brûlée. Bestrooi elk schaaltje met een dun en gelijkmatig laagje suiker. Zet de brander aan en karameliseer de suiker in een paar minuten. Als je even wacht en er met een lepeltje zacht tegenaan tikt, voel je dat de suikerlaag hard is geworden. Serveer meteen.

Eet smakelijk!



Pompoenrol met cranberries, blauwe kaas en pecannoten

Vanavond komt een vriendin eten en dan wil ik graag (net als voor het FODMaP-tijdperk) iets extra lekkers en bijzonders op tafel zetten. Dat valt niet mee, maar ik laat me niet kisten natuurlijk! Na een brainstorm over welke ingrediënten ik wilde gebruiken (en hoe ik de ingrediënten die niet mogen zou kunnen vervangen), hoe het ongeveer zou moeten smaken en wat de uitstraling zou moeten zijn (herfst!) kwam ik op het volgende idee: een opgerolde hartige taart met geroosterde pompoen, blauwe kaas, gedroogde cranberries, pecannoten, salie en tijm. En een lekkere salade voor erbij met een dressing van granaatappelbalsam azijn. Dat geeft net dat zoetje en zuurtje dat er goed bij smaakt.

Om dit gerecht binnen de grenzen van het FODMaP-toelaatbare te houden, zul je terughoudend moeten zijn met het gebruik van de cranberries en de noten. Je kunt ze beide probleemloos eten, maar met mate. (Op deze website vond ik het antwoord op de vraag hoeveel cranberries je probleemloos kunt eten: http://www.med.monash.edu/cecs/gastro/fodmap/low-fodmap.html. Er staan nog meer handige weetjes op.)

Mocht je nu al te bedenken wat je met Kerst kunt eten, dan lijkt mij dit een mooi gerecht. Ben je een vleeseter? Dan bak je er toch een mooie biefstuk of iets van wild bij. Glas mooie rode wijn erbij... Ik denk dat dat heel goed uitpakt!

Pompoenrol met cranberries, blauwe kaas en pecannoten

4 personen

Ingrediënten
Voor het deeg
250 g speltbloem + extra voor het uitrollen
50 g margarine op kamertemperatuur
125 ml water
snuf zout

Voor de vulling
1 pompoen
300 g verse spinazie
125 g Danish blue
100 g pecannoten
100 g gedroogde cranberries
1 tl gedroogde tijm
1 tl gedroogde salie
zout, versgemalen zwarte peper
pompoenolie

Voor erbij: een salade
75 g gemengde salade (krulsla, frisee, veldsla, etc.)
2 el olijfolie extra vierge
1 el granaatappelbalsam azijn
1/2 el granaatappelsiroop (uit de Turkse winkel)
1 el zonnebloempitten
1 el pompoenpitten
1 el pijnboompitten
eventueel granaatappelpitten

Bereiding
1.  Over voorverwarmen op 200 graden (boven- en onderwarmte).
Snijd de pompoen doormidden en schep met een eetlepel de pitten en draden eruit. Snijd de helften in kwarten en schil de pompoen met een dunschiller. Snijd de kwarten in repen van ongeveer 1,5 cm breed en schik ze op een bakplaat. Sprenkel er wat olijfolie overheen en hussel alles met je handen door elkaar zodat de pompoen goed bedekt is met olie. Strooi wat zout over de pompoen en maal er zwarte peper boven. Bak de pompoen in 30 minuten gaar net onder het midden in de oven. Strooi in de laatste 10 minuten de tijm en de salie over de pompoen.
Laat de pompoen buiten de oven even afkoelen en snijd de repen in kleinere stukken.
2. Maak nu het deeg. Doe alle ingrediënten in een kom (bv. van de KitchenAid) en kneed het tot deeg. Dit deeg moet wat elastisch worden, dus wees niet te terughoudend met kneden! Dek het deeg af (leg het bv. onder een warme kom) en laat het even rusten.
3. Was de spinazie en laat het uitlekken. Verhit een hapjespan met wat olie en laat de spinazie slinken. De bedoeling is dat er wat vocht uit de blaadjes gaat, maar dat ze wel mals blijven. Deze spinazie moet er namelijk voor zorgen dat de taart niet te droog wordt. Dat is ook de reden dat ik voor dit recept liever geen spinazie uit de diepvries gebruik, terwijl ik dat anders wel zou doen.
4. Rooster de pecannoten in en droge koekenpan, laat ze iets afkoelen en hak ze in stukken.
5. Verwarm de oven voor op 180 graden (boven- en onderwarmte) en haal het rooster uit de oven.
6. Rol het deeg uit op een vel bakpapier (strooi wat speltbloem aan de onder- en bovenkant, zodat het deeg niet blijft plakken) tot een flink groot rechthoek, tot bijna de afmetingen van het bakpapier. Verdeel de pompoen over het deeg en laat hierbij een rand van 2 cm vrij. En doe hetzelfde met de spinazie en de cranberries. Verbrokkel de blauwe kaas erover, breng op smaak met zout en versgemalen zwarte peper en sprenkel er nog wat pompoenolie overheen.
7. Om van dit alles een opgerolde taart te maken, sla je de korte zijden van het deeg ongeveer 3 cm naar binnen. Til aan de voorkant (bij een lange zijde) het bakpapier op en controleer of het deeg aan de onderkant loslaat. Rol het deeg nu op met behulp van het bakpapier. Het laatste stukje kun je het beste oprollen door de achterkant van het bakpapier op te tillen en de rol naar je toe te rollen. De sluiting komt nu boven te liggen, waardoor je kunt controleren of hij inderdaad goed dicht gaat en ook voorkom je dat de rol van het bakpapier afrolt, dat is namelijk echt onhandig. Controleer of de zijkanten ook goed afgesloten zijn en laat de rol nog iets verder naar je toe rollen zodat de sluiting weer onder ligt en de rol ongeveer op het midden van het bakpapier is beland.
Til de rol met behulp van het bakpapier op en leg hem op het rooster. Schuif het rooster in de oven (net onder het midden) en bak hem in ongeveer 35 minuten goudbruin.
8. Tot slot de salade: Rooster in en droge koekenpan de pitten (je kunt er meteen meer roosteren en deze in een glazen potje bewaren voor een volgende keer). Laat ze op een bord afkoelen. Stort het zakje sla in een mooie kom. Meng voor de dressing de olie, granaatappelbalsam azijn en de granaatappelsiroop en schep door de salade (doe dit kort voor het serveren). Bestrooi de salade met de pitten en als je het echt chique wilt doen, strooi je nog wat van die mooie granaatappel"robijntjes" over de salade. Dat heb ik dit keer niet gedaan, maar het idee viel me in voor Kerst.

Eet smakelijk!

Bij zo'n maaltijd hoort natuurlijk nog een mooi nagerecht. Het recept van de crème brûlée die ik daarvoor gemaakt heb, geef ik in het volgende recept.

maandag 3 november 2014

Pompoensoep

Pompoensoep is lekker winters en gezond. Echt comfort food! De soep kan op smaak gebracht worden met verschillende smaakmakers, zoals:
- een combinatie van basilicum en munt;
- kerrie;
- ketoembar, komijn, chili en salie;
- rozemarijn en tijm;
- etc.
Voor elk wat wils dus! Om ook voldoende eiwitten binnen te krijgen, kun je er speltbrood of speltcrackers bij eten met kaas of vleeswaren. Wat kaas in de soep is ook erg lekker. Denk aan feta, geitenkaas of blauwe kaas.


Pompoensoep met rozemarijn, tijm en oude kaas

4 personen

Ingrediënten
1 pompoen (flespompoen of hokkaido)
1 winterpeen
1,5 blokje groentenbouillon
1 tak verse of 1 tl gedroogde rozemarijn
1 tl gedroogde tijm
100-200 g oude kaas
versgemalen zwarte peper
olijfolie
evt. pompoenolie

Bereiding
1. Snijd de pompoen doormidden en schep met een eetlepel de pitten en draden eruit. Snijd de helften in kwarten en schil desgewenst de pompoen met een dunschiller. Snijd de kwarten in stukken van ongeveer 2 cm.
Schil de winterpeen met een dunschiller en snijd hem in plakken.
2. Zet een grote pan op he vuur en verhit een flinke scheut olijfolie. Roerbak de pompoen en winterpeen ongeveer 5 minuten en giet er daarna zoveel water bij dat de groenten onder water staan (maar niet meer dan 1 liter). Voeg de bouillonblokjes toe. En ook de tijm en de rozemarijnnaaldjes, die je eerst fijngehakt hebt. Breng de soep aan de kook en laat ongeveer 25 minuten zacht koken, of zo lang tot de groenten zacht geworden zijn.
3. Pureer de soep met een staafmixer en breng op smaak met versgemalen zwarte peper en eventueel nog wat zout. Schep de soep op de borden en garneer met wat pompoenolie en zoveel oude kaas als je lekker vindt.

Lekker bij de pompoensoep is warm (net uit de oven) hartige speltbrood met oude kaas, walnoten en tijm, geïnspireerd op een recept uit het boek van Rutger van den Broek Rutger bakt. Dat brood combineert heel goed met deze soep.
Je kunt natuurlijk ook de hartige speltscones serveren bij deze soep.

Eet smakelijk!

Speltscones bij het ontbijt



In het weekend eten we vaak scones met roerei, jam of in de zomer met aardbeien. Afgelopen weekend heb ik voor het eerst scones gebakken van speltbloem en het resultaat was goed. Onze traditie is dus veilig gesteld!
Scones zijn heel gemakkelijk te maken (zeker als je de beschikking hebt over een foodprocessor, die van de ingrediënten in een handomdraai deeg maakt) en de oventijd is kort: 11 minuten. Terwijl de anderen de tafel dekken, maak jij de scones. En bij het piepje van de oven, ga je meteen aan tafel!


Scones met roerei

4 personen

Ingrediënten
250 g speltbloem
2 tl bakpoeder
2 el fijne suiker
flinke snuf zout
50 g plantaardige margarine (bv. Zeeuws meisje)
1 ei
1/2 dl lactosevrije melk of soya cuisine (sojaroom)

Voor het roerei
5 eieren
1 dl lactosevrije melk of soya cuisine (sojaroom)
zout, versgemalen zwarte peper
zonnebloemolie

Bereiding
1. Verwarm de oven voor op 250 graden (boven- en onderwarmte).
2. Kneed met zo min mogelijk bewegingen een deeg van de ingrediënten (hoe langer je kneed, hoe "taaier" het deeg wordt omdat door het kneden de gluten vrijkomen).
3. Verdeel het deeg in 8 stukken en maak er bolletjes van. Leg ze op de bakplaat en bak de scones in 10-11 minuten goudbruin.
4. Maak intussen het roerei. Kluts de eieren met de lactosevrije melk of sojaroom, zout en peper. Verhit een koekenpan met wat olie en giet het eiermengsel in de pan. Laat het ei even bakken en roer dan voorzichtig het ei door elkaar. Laat het ei zo lang garen totdat het nét gestold is. Draai meteen het vuur uit en schep het roerei in een schaal.
5. Doe de scones in een schaal en dien op met het roerei.

Eet smakelijk!

Foeyonghai

Vanavond eten we vegetarische foeyonghai. Lekker!
Voor de leden van het gezin die niet onderworpen zijn aan het FODMap-dieet kun je nog wat cashewnoten over het gerecht heenstrooien als je het opdient. Zonder dat is het ook lekker én voldoende rijk aan eiwitten; het is echt bedoeld voor het lekkere.
Je kunt bij dit gerecht omeletten bakken en deze opdienen met de groenten en de saus als vulling, maar je kunt het eimengsel ook roerbakken (roerei) en daaraan de groenten en saus toevoegen. Je hebt dan een saus voor bij de rijst.


Fouyonghai

4 personen

Ingrediënten
1 prei (alleen het groene gedeelte i.v.m. FODMaP)
1 groene paprika
1 rode paprika
1 gele paprika
4 wortels
125 g taugé
1-2 el sojasaus (Ketjap Manis)
8 eieren
3 tl sesamolie
zout en versgemalen zwarte peper
200 g rijst (bv. basmati)
wokolie of zonnebloemolie
desgewenst cassave of kroepoek voor erbij

Voor de saus
140 g tomatenpuree
100 ml Oosterse gembersiroop (bv. van Conimex)
1/2 bouillonblokje
1-2 el sojasaus (Ketjap Manis)

Bereiding
1. Kook de rijst beetgaar.
2. Maak de groenten schoon en snijd ze in reepjes of stukjes (de prei in halve, dunne ringen). De taugé hoef je alleen te wassen en uit te laten lekken.
3. Kluts voor de omelet of het roerei de eieren met 3 tl sesamolie, 1 el ketjap, peper en zout.
4. Roer in een steelpan de ingrediënten voor de saus door elkaar, samen met 2 dl water en breng aan de kook. Laat de saus 5 min. zacht koken.
5. Verhit een wok of hapjespan en voeg aan de hete pan de olie toe. Wok of roerbak alle groenten met uitzondering van de taugé. Het is lekker als de groenten nog knapperig blijven, dus houdt het kort. Voeg vlak voor opdienen de taugé toe en warm kort mee.
6. Verhit intussen een koekenpan met wat olie en bak of vier dunne omeletten van het eimengsel of maak er roerei van. Voor dit laatste giet je het eimengsel in de pan (middelhoog vuur) en laat je het kort bakken. Daarna schep je het voorzichtig door elkaar, tot al het ei net gestold is. Draai het vuur meteen uit.
7. Dien op als gevulde omelet met rijst erbij, of als een saus bij de rijst. Voor dit laatste roer je de tomatensaus door de groenten en schep je hier het roerei doorheen.

Eet smakelijk!



Kipkerrie

Kipkerrie is onze snelle maaltijd. We eten dit eigenlijk altijd met spruitjes, op verzoek van mijn zoon die dat zo lekker vindt (!), maar spruitjes zijn nu even taboe, net als ui en knoflook helaas. Gelukkig is het zo ook erg lekker! In plaats van spruitjes doe ik er een mengsel van paprika, wortel en taugé of zoiets als snijbonen in (deze laatste eerst snijden en beetgaar koken voor je er ze er aan het eind doorheen roert).

Geconfijte gember is een extraatje in dit recept. Het geeft wat extra pit aan het recept en een klein zoetje. Je kunt het weglaten als je er niet van houdt.

Vanwege de knapperigheid en frisse smaak is bij dit gerechtje een wortelsalade (gewoon geraspte wortels) lekker, op smaak gebracht met een oosterse dressing van 2 el limoensap met 1 tl sesamolie.


Kipkerrie

4 personen

Ingrediënten
200 g kipfilet
3 bosuitjes (i.v.m. FODMaP alleen het groene gedeelte)
2,5 dl kokosmelk
1-2 tl kerrie madras
2 bolletjes geconfijte gember fijngesneden of wat gembersiroop
zout, versgemalen peper
600 g groenten
200 g rijst (of zoveel als jullie eten)
wokolie of zonnebloemolie
cassave of kroepoek voor erbij

Bereiding
1. Kook de rijst beetgaar. Giet af en laat met het deksel erop rusten.
2. Snijd de bosuitjes en de groenten die je gebruikt in stukjes (als je taugé gebruikt, die alleen wassen). Als je snijbonen gebruikt, zet deze dan in ruim water op en laat zo'n 8 minuten koken. Check of ze beetgaar zijn en zo ja, giet af. Houd ze apart tot het laatst.
3. Snijd kipfilet in blokjes en verhit een scheutje wokolie of zonnebloemolie in een hapjespan. Stort de kipfilet in de pan en strooi de kerrie madras eroverheen. Roerbak de kip een paar minuten. Voeg de bosuitjes toe en ook groenten zoals wortel en paprika. Roerbak opnieuw een paar minuten en voeg de kokosmelk toe, samen met de gehakte geconfijte gember of de gembersiroop. Breng op smaak met een flinke snuf zout en zwarte peper en laat de saus met het deksel op de pan 5 minuten zacht koken.
4. De saus is nu klaar. Voeg voor je hem opdient de taugé toe als je dit gebruikt of de snijbonen. Even doorwarmen en klaar!


Eet smakelijk!

zaterdag 1 november 2014

Rijstbeignets

Geïnspireerd door het recept van de rijstkoekjes op etenmaken.blogspot.nl en het recept van de wortelbeignets van Alice Hart (uit Vegalicious), heb ik vandaag rijstkoekjes gemaakt. Wij vonden het voor herhaling vatbaar!



Nog wat tips
Voor de rijst ben ik speciaal naar een Ekoplaza gegaan, waar ze snelkookrijst (zakje van 500 g van het eigen merk) hebben met veel meer bite dan de rijst uit de gewone supermarkten. Dat is wel de moeite waard, want de kwaliteit van de rijst is bepalend voor de smaak en structuur van dit gerechtje.
In de dressing heb ik granaatappelsiroop gebruikt, in plaats van de honing die ik eerder hiervoor gebruikte. Met granaatappelsiroop bedoel ik geen grenadine, maar de siroop die je in een Turkse winkel kunt kopen. Deze siroop is zoet zuur van smaak en echt gemaakt van granaatappelsap. Lekker!
In plaats van tabasco kun je ook gesnipperde Spaanse peper gebruiken (eerst even fruiten als je niet van al te scherp houdt), chilipoeder of bv. sambal.
Als je de rijst de avond tevoren kookt, dan kun je het gerecht de volgende dag in een half uur op tafel hebben. En daarmee is het ook geschikt voor op een werkdag.


Rijstbeignets met salade

4 personen

Ingrediënten
175 g snelkookrijst van Ekoplaza
2,5 rode paprika's
3 bosuitjes, alleen het groene gedeelte i.v.m. het FODMaP-dieet
125 g rucola
125 g veldsla of een andere soort sla.
1/2 tl gedroogde munt
100 g stevige blauwe kaas, bv. Delfts blauw
3 eieren
75 g speltbloem
tabasco naar smaak
flinke snuf zout, versgemalen zwarte peper
olijfolie

Voor de salade
125 g veldsla
1/2 rode paprika
handje walnoten
extra vierge olijfolie
granaatappelbalsamazijn (te koop bij Oil & Vinegar)
granaatappelsiroop (geen grenadine!, te koop in o.a. Turkse winkel)

Bereiding
1. Kook de rijst gaar, giet af en laat eventueel afkoelen.
2. Snijd 2,5 paprika's en de bosuitjes in kleine stukjes en hak 50 g van de rucola fijn.
Kluts de eieren in een wijde kom, roer de rijst erdoor en vervolgens de fijngesneden groenten, de rucola en de munt. Schep de speltbloem erop en schep er goed door zodat er geen klontjes achterblijven.
Snijd de blauwe kaas in kleine stukjes en schep de blokjes samen met een flinke snuf zout, flink wat zwarte peper en tabasco (voorzichtig, je speelt met "vuur"!) naar smaak door het beslag.



3. Verhit een hapjespan met wat olie. Als de olie heet is en de olie verdeeld over de pan, schep je telkens drie volle eetlepels beslag in de pan. Druk de bergjes een beetje plat en bak de beignets ongeveer 3-4 minuten per kant. Als je de beignets te vroeg omdraait, vallen ze uit elkaar. Dus even geduld!



4. Maak intussen de salade. Stort de veldsla in een kom (verwijder desgewenst de worteltjes). Snijd de halve paprika in kleine stukjes en breek de walnoten in kleinere stukken.
Meng voor de dressing 3 el lekkere olijfolie met 1 el granaatappelbalsamazijn en 1 el granaatappelsiroop. Meng de dressing door de veldsla. Verdeel de paprikastukjes en de walnoten erover.
5. Maak de borden in de keuken op door op elk bord telkens een stapeltje te maken van een beignet afgewisseld met wat rucolasla. Eindig met een beignet. Drie tot vier beignets per volwassene is voldoende. Schep wat van de veldsla op of naast de beignettoren.


Eet smakelijk!